Onze sport

 

Kempische Oriëntatielopers vzw

 

 

 

De term ‘orientering’ komt uit Zweden.. De term werd voor het eerst in 1918 gebruikt door de Zweedse majoor Ernst Killander (1882-1958). Hij wilde wat meer dan loutere loopwedstrijden en looptrainingen. Vauit zijn scoutsachtergrond bedacht hij de oriëntatiesport, een combinatie van lopen, kaartlezen en kompas gebruiken.

 

 

 

 

 

Oriëntatieloop is een loopsport waarbij het aankomt op navigatie met kaart en kompas. Bij de traditionele vorm (nu als oriëntatieloop wordt aangeduid) navigeren de deelnemers te voet, maar er zijn ook andere vormen mogelijk, zoals het oriënteren op ski's of met de mountainbike.

 

De wedstrijden zijn individuele races waarbij de looptijd wordt opgenomen. De deelnemers gebruiken een speciaal vervaardigde kaart en een kompas om door divers terrein (vaak bossen) te navigeren. De loper bepaalt zelf zijn traject. Dat traject varieert van langs wegen of paden tot dwars door alles heen. Tijdens het lopen bezoeken de deelnemers van te voren uitgezette controlepunten die aangegeven zijn op de kaart. De route van de controlepunten wordt voor de start geheim gehouden voor de deelnemers. Op het startmoment ontvangen ze een gedetailleerde topografische kaart waarop de route is aangegeven.

 

Deelnemers starten met een tijdsinterval, ze worden individueel geklokt en er wordt van hen verwacht dat ze alle navigatie alleen doen. Voor de uitslag wordt gekeken wie de juiste controlepunten in de juiste volgorde het snelst heeft aangedaan. De regels en principes van de sport worden opgesteld door de Internationale Oriëntatieloop Federatie (IOF).

 

De sport is heel populair in de Scandinavische landen. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de beste lopers uit die landen komen. Of beter gezegd "kwamen" want hun hegemonie begint stilaan af te brokkelen. Frankrijk en Zwitserland zijn sterk in opmars. België doet ook mee in een speciale wedstrijdvorm, de sprint oriëntatie.