hoe beginnen

 

Kempische Oriëntatielopers vzw

Hoe mensen tot oriënteren komen is een complex verhaal.De sport is relatief onbekend in Vlaanderen, dus de meeste lopers zijn via via tot de sport gekomen. Er worden heel veel initiaties gegeven in scholen, en daar zijn er meestal enkele kinderen die erg geintersseerd zijn en het zouden kunnen maken in de oriëntatiesport. Maar het probleem blijft dan hoe die kinderen naar trainingen en wedtrijden te krijgen. Aangezien de sport beoefend wordt in een bebost terrein, is het verzamelpunt nogal afgelegen, en heb je een auto nodig om er te geraken. Dat veronderstelt dat ook de ouders bereid zijn om zoon of dochter naar de wedstrijd of trainning te brengen.

 

Tweede moeilijkheid : Wij beoefenen onze sport in de natuur, en die is schaars in Vlaanderen. Elke wedstrijd moet dan ook de goedkeuring krijgen van meerdere instanties, het Agentschap voor Natuur en Bos op kop. Zelfs binnen deze adminitratie i het beleid verschillend van provincie tot provincie. Algemeen kan men stellen dat ANB een unieke poliitiek voert binnen Europa. Nergens anders dan in Vlaanderen bekomt men zo moeilijk toelatingen. Het is dan ook een hele puzzel om een jaarkalender samen te stellen, laat staan om nog wat extra trainingen in de week toe te voegen. Het komt erop neer dat trainingen zeer beperkt zijn en dat men eigenlijk in een wedstrijd de sport moet aanleren.

Hoe begin je eraan?

 

  • Je bent geïnteresseerd en je wil wat informatie over de sport. Een deel van de informatie vind je op deze website. Een mooie samenvatting met veel links vind je op wikipedia.
  • Bekijk ook eens hoe een oriëntiekaart eruitziet. Alle kaarten zijn opgemaakt volgens internationale symbolen. Momenteel wordt de isom2000 (international standard for orienteering maps) gebruikt maar die normen worden momenteel herzien. De voorgestelde wijzigingen zijn niet fundamenteel. De normen vind je op de site van IOF
  • Een voorbeeld van die symbolen vind je op de volgende pagina.
  • Hieronder vind je een voorbeeld van kaart met een gemakkelijke omloop

De start wordt aangeduid met een driehoek, de controleposten worden gemerkt met cirkels en een volgnummer, de aankomst is een dubbele cirkel. In de rechterbovenhoek zie je een "postenbeschrijving". Deze is opgemaakt in "klare taal", deze vorm van postenbeschrijving is bedoeld voor de jongsten en de beginners. Om deze beschrijvingen ook taal-onafhankelijk te maken zijn ook hiervoor symbolen voorzien. Ook voor de symbolen geldt dat ze momenteel herzien worden. De huidige normen vind je in dit pdf-document.

 

  • Je kunt ook enkele videos bekijken op de site van iof, dit is de link.
  • Ook interessant, de Australische website met video's
  • Je hebt natuurlijk ook een kompas nodig. Op een oriëntatiekaart wordt gewerkt met een magnetisch noorden en niet met het geografische noorden. De afwijking tussen het echte noorden en het magnetische noorden noemt men de magnetische declinatie, deze afwijking varieert in de tijd en met de plaats. In Vlaanderen is die afwijking momenteel iets meer dan 1° oost, maar hoe noordelijker je gaat hoe groter die afwijking wordt. Wil je hierover meer lezen dan kun je dat vinden op wikipedia. In de oriëntatiesport worden twee soorten kompassen gebruikt, een gewoon handkompas met een verdraaibaar kompashuis, en een duimkompas. De prijs van een kompas ligt rond de 35€.

handkompas

duimkompas

  • Als je echt wil gaan oriënteren dan heb je ook specifieke kledij nodig, maar om te starten volstaat gewone sportkledij. Zorg wel dat armen en benen bedekt zijn, een paar beenbeschermers is geen luxe als je wat bramen op je weg tegenkomt. Wat de laatste tijd enorm populair aan het worden is zijn de stadsoriëntaties en de sprintoriëntaties. Dit type van wedstrijd gaat meestal door in een stad of een bebouwde omgeving, hier heb je geen specifieke kledij nodig, een short, een t-shirt een paar goede loopschoenen zijn voldoende. Een kompas blijf je nodig hebben.
  • Vooraleer echt aan een wedstrijd te gaan deelnemen, kun je misschien al even gaan oefenen op de vaste omlopen. Verspreid over Vlaanderen zijn er een aantal "vaste" omlopen, meestal gemakkelijk en kort, die permanent toegankelijk zijn. Ben je op zoek na die omlopen dan is er ook daarvoor een webpagina. Op die pagina vind je meteen ook waar je de kaart kan verkrijgen.
  • OK, je bent zover, je wil je eerste ervaring opdoen.

- Waar de wedstrijden doorgaan vind je, voor onze club, op de kalender pagina. Op deze pagina vind je ook de nodige links naar de andere sites waar je nog informatie vindt. Voor Vlaanderen kun je terecht op de site van VVO

- Je kan natuurlijk alleen op pad gaan, maar misschien wil je wel wat begeleiding. Die vraag je best op voorhand aan, in onze club stuur je best een mail naar de webmaster.

- Blijft nog de keuze van de omloop. Op een regionale wedstrijd zijn er meestal zeven omlopen, variërend in lengte en moeilijkheidsgraad. Omloop 7 is de kortste en gemakkelijkste, alle controles staan kort bij wegen of paden en zijn ook zichtbaar vanaf deze paden. De andere omlopen zijn van een gelijke moeilijkheidsgraad, de posten staan niet meer zo zichtbaar en kunnen ook niet altijd langs wegen of paden aangelopen worden. Voor een eerste keer doe je zulk een omloop best niet alleen. Ook al ben je goed getraind en kun je gemakkelijk afstanden aan, begin er niet alleen aan, je gaat enorm veel tijd verliezen met het aandoen van de verschillende controles.

- Maar misschien wil je eerst maar eens testen of oriënteren echt iets is voor U. In dat geval kun je gebruik maken van een "vijfbeurtenkaart". Die kaart kost 10€ (evenveel als een éénmalige deelname voor iemand die niet aangesloten is). Je kan dan vijf wedstrijden "testen" in de loop van één jaar. Ook de huur van de elektronische badge is in de prijs begrepen.

  • Nog wat technische termen

 

- Been : de afstand tussen twee controles, op de kaart voorgesteld door een paarse lijn

- Aanvalspunt : het laatste herkenningspunt voor dat de controle wordt aangelopen. Dat kan een kruising zijn van paden, grachten, vegetatiegrenzen of een combinatie van deze elementen. Het kan ook een "puntobject" zijn, zoals een boomstronk, een speciale boom, ..... Geoefende lopers gebruiken ook het reliëf om een aanvalspunt te kiezen, bvb een valleitje of een heuveltop.

- Stoplijn : is een herkenningspunt achter het postobject, meestal is dit een lijnvormig object. Als je post voorbijl en je herkent de stoplijn dan je die gebruiken om je te heroriënteren en misschien een nieuw aanvalspunt te kiezen.

- mist : het gaat natuurlijk niet over echte mist, maar over het verliezen van kaartcontact, je weet met andere woorden niet meer waar je bent. Je kan dan niet anders dan proberen om iets te zoeken op de kaart dat duidelijk genoeg is om zeker te zijn waar je bent. Misschien komt er wel een goede ziel voorbij die je terug op het pad zet..